Naast particulieren kiezen ook steeds meer ondernemers er voor om een rechtsbijstandverzekering af te sluiten. Omdat met name bij ondernemers de gerede kans bestaat dat zij ooit in een juridisch conflict terechtkomen, is het geen onverstandig besluit om het risico van de juridische kosten af te dekken met een dergelijke verzekering.

Aangezien een verzekeringsmaatschappij doorgaans een commercieel oogmerk heeft, zal zij proberen om op een zo goedkoop mogelijke manier de overeengekomen rechtsbijstand te verlenen. Dat doet zij over het algemeen niet door rekeningen van willekeurige advocaten te betalen, maar door juristen in dienst te nemen die de kwestie zelf kunnen afwikkelen. Er zullen echter altijd zaken aan externe advocaten moeten worden uitbesteed vanwege het procesmonopolie.

 

Op 22 juni 1987 heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen een Richtlijn opgesteld, waarin wordt bepaald dat in elke overeenkomst inzake een rechtsbijstandverzekering uitdrukkelijk moet worden opgenomen dat de verzekerde zelf zijn advocaat mag kiezen als het komt tot een gerechtelijke procedure. In Nederland is deze richtlijn opgenomen in artikel 4:67 van de Wet op het financieel toezicht, hierna te noemen: ‘Wft’.

 

Hoewel deze bepaling aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat, menen rechtsbijstandverzekeraars dat deze bepaling hen niet belemmert om alsnog zelf te bepalen wie de rechtsbijstand in het concrete geval verleent. In dit verband is van belang om te vermelden dat in Nederland niet in elke gerechtelijke procedure een advocaat behoeft te worden ingeschakeld. Zo kunnen arbeidsrechtelijke zaken, die in eerste instantie bij de kantonrechter worden gevoerd, zonder advocaat worden afgedaan.

 

De mogelijkheid om in bepaalde gevallen zonder advocaat te procederen, wordt vaak door rechtsbijstandverzekeraars gebruikt als argument om een uitzondering te maken op het beginsel van vrije advocaatkeuze. Op dit moment loopt er een gerechtelijke procedure bij de Hoge Raad, waarin een rechtsbijstandverzekeraar stelt dat het uitgangspunt van vrije advocaatkeuze alleen geldt in die gevallen waarin het inschakelen van een advocaat verplicht is.

 

Aangezien voornoemd standpunt van de rechtsbijstandverzekeraar niet letterlijk in de Richtlijn of de Wft is opgenomen, heeft de Hoge Raad als hoogste rechtsorgaan in Nederland reeds haar vraagtekens bij dit uitgangspunt gesteld. Omdat het antwoord op voormelde vraag afhankelijk is van de uitleg van Europese regelgeving, heeft de Hoge Raad deze vraag thans voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.

 

Het is nu afwachten of het Europese Hof duidelijkheid gaat scheppen in deze kwestie. Gelet op de tekst van de Richtlijn kan het Europese Hof weinig anders dan bepalen dat het recht op vrije advocaatkeuze ook geldt in die gevallen waarin geen advocaat verplicht is. Immers, uit niets blijkt dat de Raad de door de rechtsbijstandverzekeraar geformuleerde uitzondering heeft beoogd te maken.

 

Mocht het Europese Hof duidelijk maken dat een verzekerde altijd recht heeft op vrije advocaatkeuze, dan zal dit verstrekkende gevolgen hebben voor de verzekeringspraktijk.

 

Volgens de verzekeringsmaatschappijen brengt een vrije advocaatkeuze immers hogere kosten met zich mee, aangezien zij de gerechtelijke procedures niet meer kunnen laten afdoen door interne juristen of externe advocaten, waarmee ze gunstige financiƫle regelingen hebben afgesloten. De verwachting is dat verzekeringsmaatschappijen een dergelijke kostenverhoging uiteindelijk zullen doorberekenen in hun verzekeringspremies. Zo betaalt de verzekerde uiteindelijk zelf voor de mogelijkheid om een advocaat naar keuze in te schakelen.

 

Tenslotte speelt de vraag hoe vrij de eventuele vrije advocaatkeuze werkelijk zal zijn. Een verzekeringsmaatschappij zal immers willen voorkomen dat alle verzekerden straks kiezen voor advocaten met buitensporig hoge uurtarieven. In hoeverre kan een verzekeringsmaatschappij dit nog voorkomen middels aanpassing van de polisvoorwaarden?

 

Al met al is de verwachting dat het binnen afzienbare tijd voor een verzekerde mogelijk is om in meer gevallen zelf een advocaat uit te kiezen. Of dit een volledig vrije advocaatkeuze zal zijn, zonder limitering van de uurtarieven, zal vooralsnog moeten worden afgewacht.

Update 11-11-2013:
Inmiddels heeft het Europese Hof van Justitie de prejudiciƫle vraag van de Hoge Raad beantwoord; de vrije advocaatkeuze geldt ook in geval van een rechtbijstandsverzekering en rechtsbijstandverzekeraars zijn gehouden de advocaatkosten te vergoeden.
Meer over de uitspraak van het Europees Hof van Justitie kunt u hier lezen.