In beginsel kan een werkgever met een werknemer drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten waarbij de laatste arbeidsovereenkomst ook nog van rechtswege eindigt. Als een werknemer echter voordat hij de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met die werkgever sluit dezelfde of soortgelijke werkzaamheden heeft verricht voor een andere werkgever, dan dient de werkgever hiermee rekening te houden. Het is namelijk mogelijk dat die periode ook meetelt in de keten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en de werkgever als ‘opvolgend’ werkgever wordt gezien. Wanneer is er sprake van dezelfde of soortgelijke werkzaamheden?

 

Een dergelijke situatie kan zich voordoen als een werknemer op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst werkzaamheden heeft verricht. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft in augustus 2012 een uitspraak gedaan waar de werknemer meende dat de leer-/arbeidsovereenkomst op basis waarvan hij chauffeurs/bijrijderwerkzaamheden had verricht, als een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd diende te worden aangemerkt, waardoor hij na drie volgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, voor onbepaalde tijd in dienst was bij de ‘opvolgend’ werkgever. Het Gerechtshof oordeelde in deze zaak evenwel anders.

 

Het Gerechtshof heeft naar een aantal feiten en omstandigheden gekeken. De overeenkomsten waren met verschillende rechtspersonen gesloten. Het Gerechtshof stelde voorts dat de wet eist dat de vaardigheden en verantwoordelijkheden van de leer-/arbeidsovereenkomst enerzijds, in deze zaak aangeduid met de term praktijkovereenkomst, en de eerste arbeidsovereenkomst met de ‘opvolgend’ werkgever anderzijds, wezenlijk dezelfde moeten zijn.

 

In deze zaak was het volgens het Gerechtsof beslissend dat de werknemer aanvankelijk niet zelfstandig op een vrachtwagen mocht rijden en dat dit juist bij de ‘opvolgend’ werkgever zijn belangrijkste taak was. Het was daarbij niet van belang wat de werknemer wel belangrijk vond, dat vanaf dezelfde werkplek, met dezelfde collega’s en dezelfde leidinggevende werd gewerkt. Deze omstandigheden liet het verschil in vaardigheden en verantwoordelijkheden tussen de praktijkovereenkomst en de arbeidsovereenkomst op de ‘opvolgend’ werkgever onverlet. Volgens het Gerechtshof was deze werknemer niet voor onbepaalde tijd in dienst van de werkgever.

 

De ‘opvolgend’ werkgever dient dus goed na te gaan en kritisch te beoordelen of er sprake is van een leer-/arbeidsovereenkomst waarbij de vaardigheden en verantwoordelijkheden wezenlijk anders of juist dezelfde zijn dan die in de arbeidsovereenkomst die hij met de betreffende werknemer wil sluiten.

(Uit nieuwsbrief Januari 2013)