Twee werknemers hebben een rechtszaak tegen de Nederlandse staat gewonnen omdat zij door hun arbeidsongeschiktheid schade hebben geleden bij de opbouw van vakantiedagen. Het gerechtshof bepaalde dat de Staat aansprakelijk is voor de door hen geleden schade.

Op grond van de destijds geldende Nederlandse wet was de opbouw van vakantiedagen bij arbeidsongeschiktheid beperkt. Die beperkte opbouw was echter in strijd met een Europese richtlijn, zodat bij het einde van het dienstverband met hun werkgever te weinig vakantiedagen waren afgerekend. De werknemers spraken de Staat aan voor schade omdat de richtlijn niet tijdig in nationale wetgeving was doorgevoerd.

Op grond van die richtlijn hebben alle werknemers recht op 4 weken vakantie per jaar. Dit geldt ook voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer recht op uitbetaling van de nog openstaande vakantiedagen. Volgens de geldende Nederlandse wet had een werknemer die wegens ziekte geen arbeid verrichtte een beperkt recht op opbouw van vakantiedagen.

Per 1 januari 2012 is de wet aangepast aan de richtlijn. De opbouw van vakantiedagen is toen voor arbeidsongeschikte werknemers gelijkgetrokken met die van arbeidsgeschikte werknemers.

De uitspraak kan precedentwerking hebben voor andere werknemers in een gelijke situatie als deze stand houdt bij de Hoge Raad. Of de Staat in cassatie gaat bij de hoogste rechter is nog niet bekend.

Bron: Pleinplus